Bij een ingrijpende energetische renovatie (IER) gaat veel
aandacht naar de bouwschil, technieken en het E-peil. Logisch, want dat zijn de
bepalende factoren voor het halen van de EPB-eisen. Wat vaak onderschat wordt,
is de impact van het interieur op het eindresultaat van een IER. En dan vooral
de plaatsing van inbouwkasten en kastwanden, die letterlijk tegen of in de
bouwschil komen.
Een verkeerd geplaatste inbouwkast kan koudebruggen
veroorzaken, de luchtdichtheid van de woning aantasten, of de werking van een
ventilatiesysteem verstoren. In deze gids overlopen we zeven concrete
aandachtspunten voor wie inbouwkasten plant in het kader van een IER-dossier.
Een goed uitgevoerde IER kent één doorlopende
luchtdichtheidslaag rond het beschermde volume. Die laag mag niet doorbroken
worden door schroeven, beugels of ankers van een inbouwkast. Wanneer een
kastenmaker de kast verankert tegen een binnenwand met luchtdichtheidsfolie,
kan elke schroef een potentieel lek vormen.
In de praktijk los je dit op door een tussenlat te voorzien
die mee in de luchtdichting wordt opgenomen, of door de kast op een staand
frame te plaatsen dat niet doordringt in de schil. Bespreek dit vooraf met je
EPB-verslaggever én je maatkastenmaker.
Bij binnenisolatie van bestaande gevelmuren ontstaat er een
dauwpunt aan de binnenkant van de isolatielaag. Een inbouwkast die strak tegen
die wand komt, kan de luchtcirculatie blokkeren en zo condensvorming en
schimmel veroorzaken op de achterzijde van de kast.
Goede praktijk: voorzie minstens 2 tot 3 cm vrije
luchtspleet tussen de kastachterwand en de geïsoleerde buitenmuur, of werk met
een afgewerkte voorzetwand waarop de kast geplaatst wordt. Dit aandachtspunt
geldt vooral voor kasten op maat die over de
volledige hoogte tegen de gevel komen.
In een IER-traject is een ventilatiesysteem (type C of D)
verplicht. De pulsie- en afzuigmonden moeten vrij blijven en voldoende debiet
kunnen halen. Een inbouwkast die net voor een afzuigmond komt te staan, of die
een aanvoerrooster afdekt, halveert in de praktijk de werking van het systeem.
Maak voor de opmeting van je kast een plan waarop alle
ventilatiemonden, kanalen en wandopeningen staan aangegeven. Een professionele
kastenmaker neemt die mee in zijn ontwerp. Zorg ook dat er voldoende
deurspeling onderaan elke binnendeur is, want bij ventilatie type C en D
verloopt de doorstroming via deze spleet.
Vloerverwarming verandert het gebruik van wandruimte. Hoge
inbouwkasten boven een vloerverwarmingsveld kunnen lokale oververhitting
veroorzaken in de chape, met scheurvorming als gevolg. Convectoren of
LT-radiatoren mogen niet ingebouwd worden in gesloten kasten, want dan verlies
je het rendement van het lagetemperatuursysteem.
Werk hier samen met je installateur en EPB-verslaggever.
Indien een kast onvermijdelijk over een verwarmingselement komt, vraag dan een
vrije ventilatieruimte van minstens 8 cm achteraan en in de plinten.
Een IER brengt vaak nieuwe technieken naar plekken waar
voorheen niets stond: een binnenunit van een warmtepomp, een ventilatie-unit
met restwarmterecuperatie, een omvormer van zonnepanelen, een thuisbatterij.
Veel bouwheren proberen die toestellen achteraf weg te werken in een kast, met
als gevolg ontoegankelijke service en oververhitting.
Een betere aanpak is om vooraf met je kastenmaker een
geïntegreerde kastwand te ontwerpen waarin technische apparatuur correct
ventileert en bereikbaar blijft voor onderhoud. Dat vraagt afstemming tussen
architect, installateur en kastenmaker, maar het eindresultaat is zowel
functioneel als esthetisch.
Een blowerdoortest gebeurt typisch in een latere fase van de
werken, maar vóór de afwerking. Indien er na de test nog aanpassingen moeten
gebeuren aan de luchtdichting, gebeurt dat best vóór een maatkastenmaker komt
opmeten. Een kast die geplaatst is en dan losgemaakt moet worden om een lek bij
te werken, betekent dubbel werk en mogelijk schade.
Plan dus eerst je luchtdichtheidstest, los eventuele lekken
op, en boek pas daarna de definitieve opmeting van je maatkasten.
Tot slot een minder zichtbaar maar steeds belangrijker
aandachtspunt: de embodied carbon van je interieur. In een IER-traject
investeer je in een woning die decennia mee moet. Een goedkope kast die na
zeven jaar vervangen wordt, ondermijnt die langetermijnvisie.
Maatkasten uit Belgische ateliers met korte aanvoerketens en
lange garantieperiodes (tien jaar is standaard bij gespecialiseerde producenten
als DM-Line)
passen beter in een duurzaam renovatieconcept dan importmeubelen. Zeker als je
de volledige levenscyclus meerekent, niet enkel de aankoopprijs.
Inbouwkasten worden vaak als laatste ingepland in een
renovatietraject, terwijl ze net één van de eerste interieurelementen zijn die
in interactie gaan met je bouwschil en je technieken. Wie de zeven punten
hierboven mee opneemt in zijn IER-planning, vermijdt het gros van de
afstemmingsproblemen waarmee bouwheren achteraf zitten.
De gouden regel: zorg dat je maatkastenmaker rond de tafel
zit met je architect en je EPB-verslaggever vóór de plaatsing van de
luchtdichtheidslaag. Wat je vooraf coördineert, hoef je achteraf niet recht te
zetten.
Nog geen comment.
Maak een comment