Je hebt zonnepanelen op het dak, de omvormer draait overuren
op een zonnige dinsdagmiddag, en ondertussen staat je elektrische wagen gewoon
stil op de oprit. Alle stroom die je niet verbruikt, vloeit terug naar het net.
Vroeger kreeg je daar nog een aardig bedrag voor via de terugdraaiende teller.
Maar die tijd is voorbij. In Vlaanderen is het digitale tarief de norm, en dat
betekent: eigen stroom verbruiken is geld besparen, terugleveren niet meer.
Een laadpaal thuis of op het werk verandert die situatie
compleet. In plaats van je overschot aan zonnestroom weg te geven, laad je er
je auto mee op. Gratis kilometers, in feite. Maar hoe pak je dat slim aan? En
wat moet je weten over vermogen, timing en installatie?
Sinds de afschaffing van de terugdraaiende teller in
Vlaanderen betaal je nettarieven op elke kilowattuur die je van het net
afneemt, ook al lever je op jaarbasis evenveel terug. Het injectietarief dat je
ontvangt voor teruggeleverde stroom ligt een stuk lager dan wat je betaalt voor
afname. Het verschil kan oplopen tot 15 à 20 cent per kWh.
Voor wie zonnepanelen heeft, is de boodschap duidelijk:
gebruik zoveel mogelijk stroom op het moment dat je panelen produceren.
Wasmachine overdag draaien, boiler op een timer zetten, die trucs ken je
waarschijnlijk al. Maar de grootste verbruiker in een gemiddeld huishouden met
een elektrische auto is en blijft het laden. Een thuisbatterij kost je al snel
4.000 tot 8.000 euro. Een laadpaal is een veel goedkopere manier om datzelfde
doel te bereiken: je eigen stroom opslaan, maar dan in je auto.
Een gemiddelde installatie van 10 zonnepanelen (zo’n 4 kWp)
produceert op een goede dag in juni tussen de 20 en 28 kWh. Een elektrische
auto verbruikt gemiddeld 17 tot 20 kWh per 100 kilometer. Rijd je 40 kilometer
per dag, dan heb je daar ongeveer 8 kWh voor nodig. Dat is minder dan de helft
van wat je panelen op een zonnige dag opwekken.
In de praktijk laad je niet elke dag een volle batterij bij.
De meeste EV-rijders laden twee tot drie keer per week thuis, en vullen
tussendoor bij op het werk of bij een publiek laadpunt. Maar juist die
thuislaadbeurten kun je slim plannen: overdag als de zon schijnt, in plaats van
’s nachts als je stroom van het net trekt.
Een laadpaal is niet zomaar een glorified stopcontact.
Moderne laadpalen ondersteunen smart charging: de paal communiceert met je
omvormer en past het laadvermogen aan op basis van wat er beschikbaar is.
Produceren je panelen 3,5 kW? Dan laadt de auto op 3,5 kW. Trekt er een wolk
over en zakt de productie naar 1,8 kW? Dan schakelt de paal automatisch terug.
Dat heet load balancing, en het voorkomt dat je laadpaal
meer vermogen trekt dan je aansluiting aankan. Zeker bij oudere woningen met
een 3x25A-aansluiting is dat relevant. Zonder load balancing riskeer je dat de
hoofdzekering eruit springt zodra je tegelijk laadt, kookt en de wasmachine
draait.
Wat voor particulieren geldt, geldt nog sterker voor
bedrijven. Een KMO met een plat dak vol zonnepanelen produceert doordeweeks
flink wat stroom, precies op de momenten dat werknemers hun auto op de parking
hebben staan. De combinatie van zonnepanelen en laadpalen op een
bedrijfsterrein is dan ook een van de meest rendabele investeringen in duurzame
mobiliteit.
Steeds meer aanbieders maken het makkelijk om hier als
bedrijf mee te starten. Je hoeft niet per se zelf te investeren in hardware. Een
zakelijke laadpaal aanvragen kan tegenwoordig zonder eigen
investering: de aanbieder plaatst, onderhoudt en beheert de laadpaal, terwijl
het bedrijf alleen betaalt per verbruikte kilowattuur. Bij sommige partijen
krijg je zelfs een vergoeding terug voor het stroomverbruik op jouw locatie.
Voor bedrijven met eigen zonnepanelen is dat extra
interessant. De stroom die je overdag opwekt, gaat rechtstreeks de auto’s in.
Je netkosten dalen, je CO?-voetafdruk krimpt, en werknemers hoeven niet meer om
te rijden naar een publiek laadstation.
Niet iedereen heeft de mogelijkheid om thuis een laadpaal te
plaatsen. In appartementsgebouwen of bij straatparkeerders is dat lastig.
Gelukkig groeit het netwerk van publieke laadpalen in België en Nederland snel.
In steeds meer gemeenten kun je een publieke
laadpaal aanvragen in je straat, vaak zonder kosten voor de
aanvrager. De gemeente en de laadpaalaanbieder regelen de rest.
Het directe voordeel van zonnepanelen valt dan weg, maar
indirect draag je wel bij aan een groener energiesysteem. Hoe meer EV’s er
overdag laden (op kantoor, bij de supermarkt, op bedrijventerreinen), hoe meer
vraag er is op momenten dat zonnestroom beschikbaar is. Dat helpt om het net in
balans te houden.
Als je serieus wilt profiteren van de combinatie
zonnepanelen en laadpaal, zijn er een paar zaken om in de gaten te houden. Ten
eerste: het vermogen van je installatie. Een kleine installatie van 3 kWp
levert op een bewolkte dag misschien maar 1,5 kWh per uur. Dat is genoeg om
langzaam te laden via een eenfasige aansluiting, maar verwacht geen wonderen.
Heb je een grotere installatie (6 kWp of meer), dan heb je ruimte om ook op
minder zonnige dagen een groot deel van je laadstroom zelf op te wekken.
Ten tweede: de positie van je laadpaal. Zorg dat die zo
dicht mogelijk bij je meterkast zit. Hoe langer de kabel naar de laadpaal, hoe
hoger de installatiekosten. Bij nieuwbouw is het slim om hier in de ontwerpfase
al rekening mee te houden. Leg een mantelbuisje van de meterkast naar de garage
of carport, ook als je nu nog geen EV hebt.
Ten derde: check je elektrische aansluiting. Een standaard
laadpaal trekt 3,7 tot 7,4 kW (eenfasig) of 11 kW (driefasig). Dat is een
flinke belasting bovenop je gewone huishoudverbruik. Laat een erkend
installateur kijken of je aansluiting dit aankan, of dat er een verzwaring
nodig is.
Wie zonnepanelen combineert met een laadpaal, haalt meer
rendement uit beide investeringen. Je verlaagt je netkosten, laadt je auto
grotendeels met eigen stroom, en hoeft geen dure thuisbatterij aan te schaffen.
Voor bedrijven geldt hetzelfde verhaal, maar dan op grotere schaal en met extra
fiscale voordelen.
De technologie is er, de installatie is eenvoudiger dan de
meeste mensen denken, en de terugverdientijd wordt elk jaar korter naarmate de
energieprijzen stijgen en de aanschafkosten van EV’s dalen. Wie nu bouwt of
renoveert, doet er goed aan om de laadinfrastructuur meteen mee te nemen in het
energiep
Nog geen comment.
Maak een comment